

Tijdens de opname en de periode na opname informeren we patiënten uitgebreid over de beroerte en de mogelijke gevolgen. Juist omdat veel mensen vermoeidheidsklachten hebben, komt dit uitgebreid aan de orde. Toch blijkt dat het veel mensen tegenvalt als zij eenmaal thuis zijn want de vermoeidheid belemmert hun in de dagelijkse bezigheden en revalidatie.
Opvallend bij de vermoeidheid is het wisselende karakter. Het kan zijn dat men op een dag weer veel energie heeft, terwijl dit een dag erna weer veel minder is.
Ook mensen die een TIA door hebben gemaakt tonen soms vermoeidheidsklachten.
Iemand die een TIA of herseninfarct heeft gehad, mag gedurende twee weken na de uitvalverschijnselen niet autorijden.
Na deze twee weken moet de patiënt gekeurd worden door de neuroloog of revalidatiearts. Deze arts schrijft een specialistisch rapport. Als de patiënt aan de beroerte geen lichamelijke of geestelijke functiestoornissen heeft overgehouden, dan mag hij weer autorijden en heeft hij geen meldingsplichtaan het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR).
Als de patiënt na die twee weken nog wél functiestoornissen heeft, dan mag hij gedurende drie maanden niet autorijden. Na die drie maanden moet de arts weer een specialistisch rapport opstellen. Als de patiënt geschikt is bevonden, dan is de nieuwe rijbevoegdheid geldig voor maximaal vijf jaar. Ook dan heeft de patiënt geen meldingsplicht richting CBR.
Als er na die drie maanden toch nog functiestoornissen zijn die de patiënt ongeschikt maken om te rijden, dan moet hij het melden aan het CBR. Een deskundige van het CBR zal dan een rijtest afnemen om te beoordelen of de patiënt geschikt is om weer te rijden en om te kijken of er aanpassingen in de auto nodig zijn. Als de rijtest positief is, dan geldt een geschiktheidstermijn van vijf jaar.
Bus- en vrachtwagenchauffeurs die een TIA of herseninfarct hebben gehad, mogen vier weken na de uitvalverschijnselen niet autorijden. Na die vier weken moet de neuroloog of revalidatiearts een specialistisch rapport schrijven. Als daaruit blijkt dat de patiënt rijgeschikt is, dan geldt de nieuwe rijbevoegdheid voor maximaal drie jaar. Als er na die vier weken nog wél functiestoornissen zijn, dan kan de arts de patiënt ongeschikt verklaren als chauffeur.
Als iemand geen herseninfarct, maar een hersenbloeding heeft gehad, dan gelden andere regels. De neuroloog informeert de patiënt, geeft adviezen en vertelt welke regels er gelden voor het autorijden
Meer informatie over autorijden en beroerte vindt u op de website van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR): www.cbr.nl.
Ook kunt u op deze website vragen stellen, maar u kunt ook bellen met: 0900 0210.
Behalve de beperking tav het autorijden zijn er geen duidelijke leefregels en mag men na de beroerte weer sporten, wandelen, na een week of 6 weer op reis per vliegtuig etc. Belangrijk is wel om de risicofactoren op hart en vaatziekten te voorkomen dan wel te verminderen. Hoge bloeddruk, hoog cholesterol, hartritmestoornissen, ontregelde bloedsuikers dienen te worden behandeld. Daarnaast is het belangrijk om veel te bewegen, niet te roken etc.
Na het doormaken van een beroerte of TIA krijgt men, om de kans op herhaling zo klein mogelijk te maken, een aantal medicijnen voorgeschreven. Deze medicijnen moeten de mensen hun hele leven blijven gebruiken. Indien mensen bij de tandarts tanden of kiezen moeten laten trekken, hoeft de medicatie (Ascal / Persantin) niet gestopt te worden.
Dit is een vraag die bijna iedereen stelt. Er zijn cijfers bekend over de kans op herhaling maar dit is afhankelijk van de risicofactoren die per patiënt verschillend zijn.
Voor meer informatie of vragen kunt u contact opnemen met de gespecialiseerd CVA-verpleegkundige.